Actueel › Nieuws › BTW op diensten ›
Voorheen was de hoofdregel dat de plaats van dienst daar was, waar de dienst werd verricht. Daar moest ook BTW in rekening worden gebracht. De standbouwer die voor een Duitse klant een stand in de RAI bouwde, moest Nederlandse BTW in rekening brengen. De Duitse klant kon die BTW vervolgens weer terugclaimen van de Nederlandse Belastingdienst.
Dat is vanaf 2010 allemaal veranderd. De plaats van dienst is tegenwoordig daar, waar de afnemer van de dienst woont. Dus de Nederlandse standbouwer die voor de Duitse klant een stand bouwt in Nederland, zou voortaan Duitse BTW in rekening moeten brengen. Maar om te voorkomen dat de Duitse fiscus allemaal buitenlandse bedrijven moet gaan inschrijven die Duitse MWS aangiften gaan doen, wordt de heffing van BTW verlegd naar de ontvanger van de dienst.
De Nederlandse standbouwer hoeft dus helemaal geen BTW of MWS in rekening te brengen. Wel moet hij op de factuur het BTW identificatienummer van de afnemer van de dienst vermelden (en controleren!) en op de factuur vermelden dat de BTW verlegd is naar de afnemer van de dienst. Bovendien moet de Nederlandse ondernemer per kwartaal een listing indienen bij de Nederlandse fiscus van dergelijke diensten aan EU ondernemers.
Voor de Nederlandse ondernemers die goederen leveren aan EU ondernemers komt dat allemaal bekend voor. Dezelfde systematiek is al jarenlang van toepassing op intracommunautaire levering van goederen. Dat gaat nu ook op voor levering van diensten.
BTW is een moeilijke materie. Op de hoofdregels zijn de nodige uitzonderingen van toepassing. Als u voor uw situatie precies wil weten hoe de vork in de steel behoort te zitten, neem dan contact op met onze BTW-specialist Johan Bleij, te bereiken onder ons algemene telefoonnummer.